Een kleine week geleden kon ik online ↗ een zitting van een OCMW- en gemeenteraad bijwonen of eerder uitgesteld bekijken ↗, zoals dat nu heet. Samen met een mij onbekend aantal andere geïnteresseerden kon ik ongegeneerd genieten van een maandelijks samenzijn van alle mandatarissen die niet verontschuldigd werden door de man met de hamer.
De vergadering zou ‘gebeuren zoals vorige keer.’ De man met de hamer wist nog snel te vertellen dat dat betekende dat er mondeling gestemd moest worden. Daarna volgde in een rotvaart een opsomming van een hoop agendapunten. Hij deed dit met veel flair op een toon die de indruk wekte dat er liefst niet teveel op vragen of opmerkingen ingegaan zou worden. Ik kon alleen maar hopen dat alle aanwezigen zich flink hadden ingelezen in de te behandelen materies.
De man die links, of ook wel rechts, van de voorzitter zat, leek zich tijdens het afhaspelen van de agendapunten, prima te vermaken. De weggever was een opeenvolging van –aan het slapstickgenre grenzende– grimassen en bewegingen. Niets waarover iemand zich op een doorsnee familiefeest, waar de meeste genodigden al een klein glas te veel op hebben, zorgen zou maken. Maar men verwacht toch een zekere sérieux op dergelijke vergaderingen, zeker omdat deze later onbewerkt de ether ingestuurd worden. Ging men er gemakshalve van uit dat het aantal kijklustige abonnees jaarlijks niet of nauwelijks stijgt? De overige fractieleden bleven voorlopig uit het zicht van de camera.
Geen haan, geen gekraai. Sinterklaas lijkt doorgaans wel heel erg op een bestuurslid van een goedbedoelende vereniging en informele afspraken voor de verkiezingen vinden plaats. Dat laatste getuigt echter van een vergevorderd stadium van het Hybris-syndroom.
Een morsige 4 minuten na de start van het openbare gedeelte van de zitting werden maar liefst acht punten unaniem goedgekeurd. Tijdens de toelichting van een van de daaropvolgende punten vroeg ik mij af of de zetelende schepen van financiën, die toelichting gaf, zich versprak. Om de brave man te citeren: “…Er is dan nóg een overschot (op de begroting). Dat overschot van 1,938 miljoen zullen wij dan ook volgend jaar…” De opmerkzame burger weet misschien dat deze uitspraak van de kapoen er kwam, ruim een week voor er sprake was van een nieuwe meerderheidscoalitie. Geen haan, geen gekraai. Sinterklaas lijkt doorgaans wel heel erg op een bestuurslid van een goedbedoelende vereniging en informele afspraken voor de verkiezingen vinden plaats. Dat laatste getuigt echter van een vergevorderd stadium van het Hybris-syndroom.
Qua centen leek het, na het ‘behandelen’ van de budgetten van een overvol dozijn kerkfabrieken, blijkbaar allemaal snor te zitten. Er werd voornamelijk “kennis genomen.” Deze gemotiveerde lezer/kijker/luisteraar bleef helaas wat op zijn honger zitten. Daar kwam pas verandering in toen er uit de hoek van de oppositie –die, ongetwijfeld ongewild, veel weg had van een groep journalisten die vragen mocht stellen aan het bestuur– een opmerking kwam. Er werd geopperd dat een bepaalde vereniging net iets te proactief had gehandeld, wat maakte dat de voltallige gemeenteraad voor een quasi voldongen feit geplaatst werd. Het schepencollege had graag de opstalovereenkomst tussen vereniging en gemeente laten goedkeuren, maar de gemoederen dreigden ernstig verhit te raken. De president maakte daar snel komaf mee. Eenmaal, andermaal, Goedgekeurd!
Wat een sneltrein, zeg. Punt 31(!) vroeg volgens de bevoegde schepen om toelichting. Tijdens een licht verbose toelichting voelde ik de drang snel even wat zoektermen naar Google te gooien om relevante informatie te pakken te krijgen om net iets beter te begrijpen waar de schepen het over had. Het eerste document dat in de resultatenlijst verscheen bleek een pdf’je van een ‘Masterplan’ voor een deelgemeente. Het agendapunt ging meer bepaald over de ontwikkeling van een binnengebied van voornoemde deelgemeente. Terwijl het aantal semi-actieve tabs in mijn web browser exponentieel groeide, hield ik angstvallig de klok in de gaten, want ik had nog wel wat andere katten te geselen.
Terug naar de zitting dan maar. Intussen werd daar flink op de borst geklopt en gewag gemaakt van een primeur in het kader van de projectontwikkeling. De inwoner van de gemeente zou tijdens een welbepaalde termijn voorrang krijgen om zich in te kopen. Het woordje primeur bleef maar vallen als in een bodemloze put. Maar bref en soit. Na een korte interpellatie ging de uiteenzetting verder. Heel af en toe viel er een snipper vakjargon, zoals ‘De Zaak Der Wegen.’ Een zoekopdracht leverde op het eerste (en tweede) zicht geen coherente of sluitende definitie op. Dan maar ‘Zaak’ zonder de wegen erbij. Dixit Wikipedia: “Het Belgisch Burgerlijk Wetboek geeft, in tegenstelling tot het Nederlands Burgerlijk Wetboek, geen definitie van het zaakbegrip. De invulling ervan gebeurt door rechtspraak ↗ en rechtsleer ↗.” Met wat slechte wil zou men bijgevolg bijna kunnen stellen dat de invulling van de term volledig arbitrair kan gebeuren. Maar goed… Er was een primeur! We (ikzelf en het potentieel aan andere geïnteresseerden die nog steeds dapper aan het volgen waren) kwamen te weten dat er ongeveer zes jaar voorbereiding vooraf was gegaan aan de princiepsovereenkomst waarvan sprake. Een quasi volledige legislatuur. De zaak van de wegen of de gang van zaken? Af en toe zag je iemand gluren naar een polshorloge. De rest van de zitting verliep zonder noemenswaardige incidenten. Bruine en Franse (Pardon?) ratten kwamen nog kort aan bod. Die laatsten zorgden voor algemene hilariteit.
